de steutel

Historie - De Sleutel

Vijf eeuwen lang Sleutelbier

Stadsbrouwerij Dordrecht zet brouwerstraditie voort

Stadsbrouwerij Dordrecht is gevestigd in een eeuwenoud pand aan het Buddingh'plein 20. Hierin zat eeuwenlang, tot december 1970, het moutpakhuis van Nederlands oudste brouwerij: De Sleutel.

Het begin van deze brouwerij wordt meestal gesteld op 1433, met mogelijk Gherits Janssz als de stichter. Hij gaf ook opdracht tot verbouw in renaissancestijl van het woonhuis aan de Groenmarkt, sindsdien bekend als De Gulden of Gouden Sleutel.
Zoon Jan kocht in 1560 de brouwerij van zijn broers en zussen. Hij werd 'azijnbrouwer' genoemd, een beroep dat soms met dat van bierbrouwer gecombineerd werd. Na zijn dood kreeg de brouwerij er steeds meer panden bij. Ook kwamen er moutpakhuizen bij, die later steeds meer voor rijping en bieropslag zouden worden gebruikt.

Water uit de haven

Geniet je nu van een biertje van Stadsbrouwerij Dordrecht, dan kun je je nauwelijks voorstellen dat het water dat voor het brouwproces nodig is vroeger uit de - toen al - sterk vervuilde haven kwam. Pas in 1884 ging men gezuiverd water uit de kraan gebruiken.
Eind 1876 kreeg de brouwerij een stoommachine. De rosmolen die het mout maalde en de bier- en waterpomp aandreef was hierdoor overbodig. Maar de paarden die de rosmolen aandreven bleven nog tot in de jaren dertig in dienst voor vervoer van het bier. Eén paard, Trui, nam een bijzondere plaats in. Zij stierf in 1929, na bijna negen jaar trouwe dienst. De directie liet ter nagedachtenis een portret van haar maken, dat tientallen jaren de binnenplaats sierde. Na haar dood nam een tweedehands Ford het biertransport gedeeltelijk over.
Door verkoop en vererving ging de brouwerij over in verschillende handen. De eigenaren waren afgezien van vader en zoon Pieren - de laatste brouwersfamilie die in De Sleutel werkte - allen patriciërs. Met de dagelijkse gang van zaken bemoeiden zij zich waarschijnlijk nauwelijks.
In 1894 startte de productie van het moderne ondergistend bier. Dit was mogelijk geworden door de aanschaf van een koelmachine.

Crisisjaren

Tijdens de Eerste Wereldoorlog kwam De Sleutel serieus in de problemen. De aanvoer van grondstoffen stagneerde doordat verschillende landen een uitvoerverbod afkondigden. Door gebrek aan kolen moest op hout worden gestookt.
Vanaf 1918 gingen de zaken weer beter. Toch werd in 1925 overwogen de zaak te sluiten. Het was vrijwel onmogelijk nieuwe klanten aan te trekken en tegen de grote brouwerijen Oranjeboom, Amstel en Heineken kon De Sleutel niet op.
Maar de liquidatie ging niet door. Hoewel de bierafzet in de crisisjaren stagneerde, werd er toch in het bedrijf geïnvesteerd. In 1926 begon men voorzichtig met het bottelen. Voor die tijd werd het bier alleen in houten vaten geleverd of in de brouwerij verkocht in kannen en kruiken die kopers zelf meebrachten. Om de houdbaarheid van het flessenbier te verhogen, ging de brouwerij in 1935 over tot pasteurisatie. De nieuwe etiketten vermeldden trots: gebotteld in de brouwerij.
Een grote reclamecampagne ging van start onder de leus: reeds 5 eeuwen gedronken. Flessenbier vormde vanaf dat moment een steeds groter deel van de omzet.
De brouwerij manifesteerde zich nadrukkelijk in de stad. Zeer tot ongenoegen van het centraal drankweer comitë, dat een felle polemiek aanging met de brouwerij over de hoeveelheid alcohol in een glas bier. Ook de vele excursies naar de brouwerij waren tegen het zere been van de drankbestrijders.

Bombardement

Het depot in Rotterdam ging in mei 1940 bij het bombardement van de stad in vlammen op. Personeel werd afgevoerd naar Duitsland, de grondstoffenaanvoer kwam in het gedrang. Het transport naar locaties buiten de stad ondervond steeds meer problemen en werd in 1944 zelfs onmogelijk. Toch werd er tot laat in 1944 bier gebrouwen.
Na 9 december 1944 werd de elektriciteit afgesloten en kon men pas weer op 21 augustus 1945 brouwen. Maar noodleveranties van bevriende brouwerijen, zoals Oranjeboom, zorgden ervoor dat de verkoop van fusten en flesjes Pilsener en Münchener en het lichte Lager doorging.
Verhoging van de bieraccijns (met liefst 100 %) en de omzetbelasting zorgden ervoor dat de winstcijfers kelderden. Toch kon aan de aandeelhouders 10 % dividend worden uitbetaald. Volgens het jaarverslag over 1945 was de brouwerij behoudens enig verlies aan emballage en vaatwerk en een paar vrachtauto's onbeschadigd uit de oorlog gekomen. Wel liet bij gebrek aan grondstoffen de smaak van het bier in de naoorlogse jaren te wensen over. Pas in november 1947 werd het alcoholgehalte tot het vooroorlogse peil verhoogd en de accijns verlaagd.
Ondanks grote reclamecampagnes daalde het bierverbruik spectaculair. Toch was De Sleutel één van de weinige niet-exporterende brouwerijen die winst maakte. Dit was een gevolg van een contract dat de brouwerij afsloot met de Amerikaanse Burlington Brewing Company.

Einde van de brouwerij

Op 1 februari 1950 begon een eerste vorm van samenwerking met Heineken. De verwachtingen waren hoog. Toch kwam er een eind aan De Sleutel als zelfstandige brouwerij. Korte tijd werd nog geleverd onder eigen naam aan de eigen cafés, maar daarna verdween het Sleutelbier dan toch van de markt. Op 31 december 1970 was alle leven uit de brouwerij verdwenen.

Het zou de bierbrouwers van weleer deugd doen als zij konden zien dat er decennia later aan het Buddingh'plein opnieuw in de ketels wordt geroerd en aan biertjes wordt genipt. Ambachtelijk bier dat op professionele wijze in het kader van een onderwijsleerbedrijf door scholieren wordt gebrouwen, met de Dordtse naam Schapenkopje bier. Bent u nieuwsgierig naar dit bier, klik dan op deze website op Merken.

Bron: Water wordt een feest, jaarboek 2007, Historische Vereniging Oud-Dordrecht, Uitgeverij Oud-Dordrecht

SBD SBD